Het inhoudelijke deel van het Nationaal Ambtenarencongres 2025 begint met een keynote van Stephanie van Rossum, auteur en trainer op het gebied van tegenspraak. Stephanie begint haar keynote met een persoonlijk verhaal.
“Ik werkte als interim leidinggevende in een ziekenhuis en zag dagelijks patiënten door de gang lopen. Ik groet ze vriendelijk. Maar als de bestuurder door diezelfde gang komt, loopt hij gebogen en gehaast verder. Geen blik, geen groet. Het gebeurt een keer, twee keer, drie keer. Het wordt een patroon.”
Stephanie vervolgt haar verhaal: “Maanden later, bij de afronding van mijn opdracht, zit ik tegenover deze bestuurder. Ze twijfelt, moet ik hier wat van zeggen. Wat zal hij ervan vinden? Wat betekent dit voor haar eindrapport? Toch doet ze het. Ze vertelt wat ze heeft gezien. Stilte. “Dankjewel,” zegt hij. “Nog nooit heeft iemand mij dit gezegd.”
Het probleem is volgens van Rossum duidelijk: hoe hoger je komt, hoe minder je hoort. We zijn in organisaties nog steeds de kinderen op de speelplaats waar de leraren wegkijken.

Het brandalarm dat niemand wil horen
Tegenspraak is het laten horen van kritische geluiden, het afgeven van signalen. En het werkt precies als een brandalarm. Irritant geluid, gaat door merg en been en komt altijd ongelegen. We willen er zo snel mogelijk van af. Maar we zijn wel blij als het werkt wanneer het nodig is.
Waarom vinden we het zo lastig? Van Rossum introduceert het ALARM-model:
- Afremming: het vertraagt de boel. Je bent bij agendapunt 4, iedereen is het eens, lekker doorpakken. Dan steekt Harry zijn vinger op. Die zucht door de hele groep, daar heb je Harry weer.
- Lastig gevoel: het haalt ons uit onze comfortzone (joggingbroek, bank, dekentje, favoriete serie) en brengt ons naar de stretchzone. Knikkende knieën, kletsende oksels, hartslag omhoog.
- Aanslag op veiligheid: als groepsdieren zijn we geprogrammeerd om bij elkaar te horen. Tegenspraak verstoort de harmonie. De vraag komt op: hoor ik er nog wel bij? Ben ik nog wel veilig?
- Risico nemen: wie ben ik om dit te zeggen? Is dit het goede moment? Hoor ik er straks nog wel bij?
- Macht: hoe hoger je komt, hoe minder tegenspraak je krijgt. En het gekke is: mensen met een lage ‘rank’ (positie in de groep) voelen dit verschil heel sterk. Mensen met een hoge rank zijn zich er vaak niet eens van bewust.

Negeren kost geld
Van Rossum toont harde cijfers:
- Slechts 12% van de Nederlandse werknemers voelt zich betrokken.
- Organisaties met hogere betrokkenheid zijn 23% winstgevender.
- Gebrek aan tegenspraak leidt tot 5% extra personeelsverloop.
- 30% aan mogelijke kostenbesparing of omzet loopt mis omdat goede ideeën onuitgesproken blijven.
Voorbeelden van genegeerde tegenspraak zijn er genoeg. Denk bijvoorbeeld aan de Titanic waar de kapitein gewaarschuwd werd maar doorvoer. Of recenter: het Louvre waar personeel maandenlang waarschuwde voor personeelstekort en beveiligingsproblemen, tot de inbraak op 9 oktober. De boodschap is helder: tegenspraak negeren kost je miljoenen. Maar hoe zorg je er dan voor dat die tegenspraak wél gehoord wordt?


Gebruik je STEM
Tegenspraak moet je durven geven, maar ook durven ontvangen. Van Rossum geeft een praktisch model:
- Speur actief naar tegengeluid: Niet “mijn deur staat open” maar “wie denkt hier anders over?”
- Toon moed om zelf te spreken: Je staat niet alleen. Vraag: “wie herkent dit ook?”
- Erken wat schuurt: Benoem de spanning. Tegengeluid maakt het spannend, maar niet onveilig.
- Maak ruimte om te luisteren: Gehoord worden en je zin krijgen zijn twee verschillende dingen. Wees expliciet wat je met feedback doet.
Tegenspraak vraagt lef, moed en volwassenheid. Het is geen tegenwerking. Het is een brandalarm dat je maar beter kunt laten werken. Want geen tegenspraak? Dat kost miljoenen.



