Nationaal Ambtenarencongres 2025:

Professionele tegenspraak: Van ‘rotwoord’ tot noodzaak

“Tegenspraak is een rotwoord,” begint Nanette van Schelven, directeur-generaal Douane, het panelgesprek. “Het klinkt alsof je anti bent.” En daar zit meteen de crux: we hebben het over één van de belangrijkste vaardigheden binnen de overheid, maar het woord alleen al roept weerstand op.

Wat is tegenspraak eigenlijk?

Het gaat helemaal niet om dwarsliggen of tegendraads zijn. Eline de Jonge (voorzitter League Rijk) vat het treffend samen: “Het heeft te maken met kwetsbaarheid, moed en respect. Tegenspraak is durven aangeven wanneer iets niet goed gaat, ook (of juist) als je in een kwetsbare positie zit.”

Nanette verwoordt het vanuit haar rol als DG: “Wat ik wil is dat ik alle perspectieven heb wanneer ik een besluit moet nemen. Krijg ik die ook? Ik merk dat stevige meningen van de werkvloer verwateren naarmate ze hoger komen. Er wordt voor mij gedacht: ‘dat zal ze niet willen horen’.”

Enno Koops, voorzitter van Vereniging De Nieuwe Ambtenaar, benadrukt het juridische aspect: “Het is je taak als ambtenaar om te adviseren.” Als je weet waarvoor je bent aangesteld en je vak goed beheerst, kun je (moet je zelfs) advies geven. Ook als de ander daar niet op lijkt te wachten.

De rankparadox

Hoe hoger je komt, hoe moeilijker tegenspraak wordt. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor je omgeving. Enno herinnert zich zijn eerste dag als manager: “Letterlijk van de ene op de andere dag was ik ‘de vijand’ geworden. Mensen kijken anders naar je.”

Nanette’s oplossing? Ze heeft de ‘hofnar-theorie’ geïnstitutionaliseerd: een speciaal opgeleide profnar die door de organisatie gaat, het gesprek aangaat en doorgeeft wat er écht leeft. “En we doen er wat mee. Niet met alles (choose your battles), maar het helpt om blinde vlekken op tafel te krijgen.”

Daarnaast vraagt ze altijd één persoon in haar team om haar “de ongezouten waarheid” te geven. Het probleem: “Hoe hoger je komt, hoe moeilijker het wordt om iemand te vinden die dat durft.”

Het veiligheidsvraagstuk

Eline brengt een krachtig voorbeeld: de eerste officiële dyslect bij de rijksoverheid die durfde te vragen om ondersteunende software. Aanvankelijk werd het geweigerd, want “te duur voor één persoon”. Toen hij bleef pushen en de software er kwam, bleek dat veel meer mensen van de software gebruik wilden maken. “Het is niet altijd een mensprobleem, maar een systeemprobleem,” concludeert ze.

Waar zijn we bang voor?

Als tegenspraak ons dan zoveel brengt, wat houdt ons dan toch tegen om het te geven? Enno’s analyse: “Uiteindelijk gaat het om onzekerheid.” De onzekerheid of je het wel goed ziet, of je advies wel klopt. En die onzekerheid van de medewerker botst met de onzekerheid van de bestuurder, die onder politieke druk staat en zekerheid wil.

Nanette vult aan: “Een bestuurder moet met onzekerheid om kunnen gaan. De politiek is irrationeel, dat gaan we niet veranderen. Maar wij met elkaar zouden veel meer productiviteit uit die verschillende perspectieven kunnen halen.”

Tegenspraak in de praktijk

Wil jij echt aan de slag met tegenspraak? Het panel deelt drie concrete tips waar zij zelf veel aan hebben gehad:

  1. Vraag iemand in je team om je spiegel te zijn (niet alleen negatief, maar eerlijk)
  2. Creëer structurele momenten voor tegenspraak (zoals de hofnar-methodiek)
  3. Bespreek met elkaar hoe je tegenspraak wilt geven én ontvangen (oefening baart kunst)

Want zoals Eline stelt: “Het is makkelijk om te zeggen dat tegenspraak belangrijk is, maar als je de omgeving er niet voor creëert, wordt het lastig.” Tegenspraak is geen luxe, het is een verplichting. Voor betere besluiten, voor een gezondere organisatie, en uiteindelijk voor een beter functionerende overheid.

Er waren nog veel meer leuke sessies, selecteer hier een andere pagina: